Vandaag hebben we afgesproken met Bert (54) en Kenneth (28). Vader en zoon werken allebei als inspecteur voor Lokale Politie Sint-Niklaas. Naar aanleiding van Internationale Zoon- en Dochterdag op 11 augustus vertellen ze graag over hun job bij de politie en over hun familieband als collega’s.
Het is woensdagmiddag. Bert en Kenneth zijn toevallig vandaag allebei aan het werk in het Politiehuis in de Dalstraat. Dat gebeurt niet elke dag, want Bert is wijkinspecteur en Kenneth werkt als interventie-inspecteur bij de afdeling Dringende Politiehulp. Dat wil zeggen dat hij in shiften werkt, soms overdag en soms ‘s nachts.
Hoe lang werken jullie al voor de politie en wat houdt jullie job precies in?
Bert: “Ik ben in 1992 mijn opleiding aan de politieschool begonnen en een jaar later ben ik bij de Politie van Sint-Niklaas begonnen. Ik heb altijd hier gewerkt. Misschien nog een leuk detail: mijn vader werkte ook voor de lokale Politie van Sint-Niklaas. Dat wil dus zeggen dat al drie generaties van onze familie bij de politie in Sint-Niklaas werken. Ik heb zelfs nog zeven jaar met mijn vader hier gewerkt op het politiekantoor. In 2000 is hij met pensioen gegaan. Dat vinden wij toch heel speciaal, ik denk dat we een unicum zijn (lacht).”
Is er bij jou al opvolging verzekerd, Kenneth?
Kenneth: “Nee, voorlopig nog niet. Het zou wel heel leuk zijn als mijn toekomstige zoon of dochter ooit bij de politie zou willen werken, maar ik zou hen daarin nooit pushen.”
Je kan binnen de politie doorgroeien van inspecteur naar hoofdinspecteur of commissaris. Heb je daar ooit aan gedacht?
Bert: Ik ben mijn carrière net als Kenneth begonnen als interventie-inspecteur, en die job heb ik 27 jaar lang gedaan. Nadien ben ik overgestapt naar de wijkpolitie en dat doe ik nu al zeven jaar. Mijn werkgebied heet ‘stadsrand west’, dat betekent voornamelijk de buurt rond de Dendermondse Steenweg en ook het Moleken. Hiervoor was ik eerst drie jaar actief in het centrum. Daarna kwam er een plaatsje vrij voor mijn huidige wijk. Ik heb hiervoor gekozen, omdat deze regio wat landelijker is en ik verplaats me graag met de fiets om mijn werk te doen. Op het platteland zijn er ook andere werkpunten dan in een stad, dat maakt de job voor mij boeiend.”
Hoe lang werk jij al bij de Politie, Kenneth?
Kenneth: “In september zal het al drie jaar zijn dat ik in Sint-Niklaas werk. Ik ben hier, net als mijn vader, onmiddellijk gestart na de politieschool. Mijn job houdt in dat wij de eerstelijnszorg bieden. Dus als mensen naar ons bellen en ze hebben dringende politiehulp nodig, dan komen wij naar daar. Dat kan voor vanalles zijn: een brand, een zelfmoord, geweldsdelicten, verkeersongevallen. In onze job telt snel reageren, snelle beslissingen maken op korte tijd. Wij werken altijd per twee. Elke interventie is anders, dat maakt het leuk. Je weet nooit wat je kan verwachten. Als interventie-inspecteur moet je heel flexibel en dynamisch zijn. Dat ligt me wel, ik vind dat heel leuk.
Voor dat ik bij de politie werkte, heb ik eerst nog twee jaar aan de hogeschool gestudeerd. Op een dag zag ik het niet meer zitten om hierin verder te gaan. Voordien had ik me al ingeschreven om naar de politieschool te gaan. Maar omdat er een bepaalde periode zat tussen de toelatingsproeven, de voorbereidingen en de eigenlijke start van de politieopleiding, ben ik eerst nog in de privésector gaan werken. Daarna vond ik van mezelf dat ik genoeg levenservaring had opgedaan en stond ik ook al wat verder in het leven om aan de slag te gaan bij de politie.
Werd jouw keuze om bij de politie te komen werken beïnvloed door je papa?
Kenneth: “Ergens wel. Hij heeft mij echter nooit gepusht of in die richting geduwd. Hij liet mij vrij in mijn keuze of ik wilde verder studeren of niet. Als ik een andere job of passie zou hebben, dan liet hij me ook altijd vrij. Maar als kind heb ik mijn papa altijd zijn werk zien doen als interventie-inspecteur, dus ik wist al wat het inhield. Ook het shiftensysteem in ploegen was mij al bekend omdat ik had gezien dat mijn papa geregeld nachtshiften moest draaien. Ook het feit dat mijn papa soms moest overwerken, omdat je bij een interventie nooit weet wanneer je gedaan hebt met je werk, was iets wat ik al vroeg heb leren kennen. Je moet heel flexibel zijn om deze job te doen. Daartegenover was ik ook getuige van de band die je als politiemedewerker hebt met je collega’s, dat vond ik wel heel leuk en speciaal om te zien. Ik mocht als kind ook altijd met mijn papa mee naar een trouwceremonie, waar de andere politiecollega’s dan een “erehaag” vormden in uniform met de sabels. Ik heb die collegiale band als kind gezien. Op mijn vorige job in de privésector zag ik het verschil tussen gewoon collega’s zijn en de band tussen politiecollega’s. Hier voel je echt de familiale sfeer, omdat je samen bijzondere interventies meemaakt. Dus niet alleen de job an sich, maar ook het collegiale karakter trok me aan.
Bert: “Dat geldt voor mij ook. Die speciale sfeer onder de collega’s is de reden waarom ik zo lang bij de interventiepolitie heb gewerkt. Eens dat je daar weg bent, dan is je job niet meer hetzelfde. Je bent op mekaar aangewezen, je moet mekaar in kritieke en gevaarlijke situaties 100 % kunnen vertrouwen.”
Werken jullie vaak samen?
Kenneth: “Wij komen mekaar soms eens tegen op de baan, maar heel zelden eigenlijk, eerder toevallig dan. Mijn vader patrouilleert met de fiets en wij rijden met een interventievoertuig. Als mijn papa moet patrouilleren op een evenement, zoals een koerswedstrijd, en wij hebben daar in de buurt een interventieopdracht, dan treffen we mekaar al eens.”
Bert: “Het is vooral als we samen op dezelfde dag op kantoor werken, dat we eens bij mekaar binnenspringen om iets te vragen. Het is wel leuk dat je die familieband dan hebt op het werk.”
Kenneth: “Als ik weet dat mijn pa aan het werken is op kantoor, dan ga ik altijd eens kijken in het lokaal van de wijkinspecteurs om te horen hoe het gaat.”
Wordt er ook thuis nog over het werk gepraat?
Bert: “We wonen niet meer samen onder één dak (lacht), maar als we mekaar zien, dan praten we zeker nog geregeld over het werk, sowieso.”
Kenneth: “Het is omdat mijn pa zo lang bij interventie heeft gewerkt en zoveel ervaring heeft, is het interessant om interventies te bepreken en aan hem te vragen hoe hij het zou opgelost hebben. Het is tof om dat te vergelijken.”
Bert: “Het gebeurt inderdaad al wel eens dat ik goede raad geef of hoe ik het zou oplossen. Ik maak natuurlijk niet meer zo vaak echt spectaculaire dingen bezig in vergelijking met Kenneth”.
Wat is het spannendste of meest memorabele moment in je carrière?
Kenneth: “Nog niet zo lang geleden, de schietpartij in de Grote Heimelinckstraat. Ik was die nacht aan het werken. We zijn met alle interventieploegen meteen ter plaatse gegaan, meteen alle hens aan dek. We hebben met de collega’s de eerste zorgen toegediend, dan zijn de ambulanciers er bij gekomen. Je probeert mee te helpen waar je kan want er is op dat moment heel veel chaos. Het is fijn om op zo’n momenten samen te werken met collega’s die al meer ervaring hebben en zo kan je dan gezamenlijk de juiste beslissingen nemen. Er was ook een heel goede samenwerking met de interventieploegen van de politiezones rondom Sint-Niklaas. Er was bijstand gevraagd van de zones Scheldewaas en Lokeren. Binnen de politie komt iedereen mekaar meteen helpen, dat vind ik heel tof aan deze job.”
Bert: “De dag nadien is Kenneth bij mij zijn verhaal komen doen. Als je zo een interventie hebt meegemaakt, is het altijd aangenaam dat je achteraf even kan ventileren. En als je vader bij de politie werkt, dan begrijpt die natuurlijk volledig wat je meemaakt.”
Bert: “Wat me altijd zal bijblijven, is een brand in de Ankerstraat meer dan twintig jaar geleden. We kwamen ter plaatse en de bewoners stonden nog te zwaaien achter het raam. We hebben ze helaas niet meer kunnen redden. Dat zal me altijd bijblijven. Dat beeld vergeet ik nooit.”
Kenneth: “Ik herinner me nog dat mijn pa ooit nog met een politiehond werkte.”
Bert: “Ja, dat heb ik maar enkele jaren gedaan.”
Kenneth: “Als kind vond ik dat grappig en leuk om te zien dat mijn pa samen met de hond, ons huisdier, ging werken. Zij reden samen naar het werk in die periode.
Wat zijn voor jou de grootste verschillen tussen de politie vroeger en de politie nu?
Bert: “Ik denk dat het politiewerk veel moeilijker is geworden. Je moet jezelf constant bijscholen op het vlak van procedures en wetgeving. Ook de digitalisering heeft een grote impact gehad. Dat was ook een één van de redenen waarom ik de overstap naar de wijkpolitie heb gemaakt. Op den duur werden de voortdurende veranderingen voor mij wat te veel om bij te houden. Ik kom nog uit een generatie waar een proces-verbaal werd uitgetypt op een mechanische typemachine met een carbonpapiertje (lacht). Er bestonden toen nog geen computers op het werk”
Kenneth: “We doen altijd ons uiterste best om onze job zo goed mogelijk uit te voeren. Maar tegenwoordig worden de gsm’s onmiddellijk bovengehaald als er een interventie is. Dat maakt het politiewerk er zeker niet gemakkelijker op.”
Bert: “Ik heb ook nog de Dutroux-affaire en de daaropvolgende politiehervorming meegemaakt. Toen ik bij de politie begon, verhuisde het korps van het stadhuis naar hier (nvdr Politiehuis in de Dalstraat). Voorheen zaten de belastingdiensten hier.
Hoe zou je mekaar omschrijven in drie woorden?
Bert: “Kenneth is heel enthousiast in zijn job. Hij is ook heel collegiaal en behulpzaam. Als er een collega eens een shift wil wisselen, dan is hij altijd bereid om iemand uit de nood te helpen. Dat hoor ik toch in de wandelgangen (lacht).
Kenneth: “Ik zou mijn vader ook met de woorden collegiaal en sociaal omschrijven. Hij kan met verschillende soorten mensen omgaan. Mijn vader zet zich ook altijd 100% in, hij smijt zich altijd. Zo heb ik het ook altijd gezien van in mijn kindertijd.
Welke goede raad geef jij aan je zoon?
Bert: “Op werkvlak zeg ik altijd dat hij geen onnodige risico’s moet nemen. In het verkeer, bij een achtervolging bijvoorbeeld, is je eigen veiligheid en die van de omstaanders toch altijd een prioriteit.”
Kenneth: “Ja, we moeten bij een bepaalde oproep die binnenkomt altijd voorzichtig zijn, een simpel alarm kan altijd iets serieus zijn. Dat leer je wel al doende.”
Bert: “Routine kan soms gevaarlijk zijn. Je moet elke oproep en elke interventie bekijken als iets nieuw. Een oproep van een simpele burenruzie kan soms uitdraaien op een vechtpartij. Maar daar word je bij de politie op getraind. Dat is ook wel een verschil met vroeger. Er wordt veel geïnvesteerd in trainingen en opleidingen.”
Wat zouden jullie willen meegeven aan jongeren die erover nadenken om bij de politie te komen werken?
Kenneth: “Ik zou zeggen om er sowieso voor te gaan, alleen al voor de collegiale sfeer en het teamwork, nog zonder het te hebben over de inhoud van de job. Je komt altijd met leuke collega’s in contact.”
Bert: “Wat ik hen zeker zou zeggen, is dat ze niet mogen vergeten dat er naast het echte politiewerk, zoals je dat in tv-series ziet, ook heel veel administratie en papierwerk bij komt kijken. Dat wordt soms zwaar onderschat. Het is niet zoals bij De Buurtpolitie (lacht). Om een goed proces-verbaal te kunnen typen, moet je het geschreven Nederlands echt wel goed beheersen. Er moet dus een goed evenwicht zijn tussen je fysiek en je bureauwerk.”
Kenneth: “Je moet niet alleen in teamverband kunnen werken, maar ook zelfstandig. Voor het uitschrijven van je pv’s ben je zelf verantwoordelijk, je zet tenslotte je naam er onder. Je moet alles kunnen verantwoorden wat je doet. Maar als je de wetgeving goed kent, dan mag dat geen probleem zijn. Bij de politie moet je levenslang leren. Maar dat maakt het ook zo boeiend.”
Bert: “Je kan bij de politie ook doorgroeien, bijvoorbeeld van inspecteur tot hoofdinspecteur en commissaris. Of je kan naar een andere afdeling of specialisatie gaan. Of in mijn geval kan je voor een bepaalde wijk kiezen.
Jullie zijn allebei van Sint-Niklaas. Is het voor jullie belangrijk om te werken in jullie eigen stad?
Kenneth: “Ja, ik vind van wel. Ik vind het belangrijk dat ik het verschil kan maken in mijn geboortestad. Je weet bijvoorbeeld dat als je een bepaalde overlastbezorger of crimineel van de straat kan halen, dat je daarmee al mensen helpt in je directe omgeving.”


